onderzoek rekenontwikkeling

Het is belangrijk om vast te stellen of er sprake is van een achterstand in de rekenontwikkeling of dat er sprake is van een stoornis in de rekenontwikkeling.   Als er sprake is van een rekenstoornis , spreekt men van dyscalculie.

Om dyscalculie vast te kunnen stellen wordt uitgebreid onderzoek verricht naar de rekenontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling van uw kind. Binnen het expertisecentrum Kind en Leren wordt gewerkt volgens het protocol DDG: protocol dyscalculie diagnostiek gedragsdeskundigen.

Hoe verloopt het onderzoekstraject?

We starten met een intakegesprek waarin u als ouder de hulpvraag omschrijft.  Tijdens dit gesprek worden ook vragen gesteld over de motorische , sociaal emotionele en leerontwikkeling van uw kind.
Tevens worden de resultaten van de rekentoetsen  van het huidige leerjaar en de voorgaande leerjaren besproken. De toets resultaten van school worden in overleg met de ouder door de onderzoeker of door ouder zelf opgevraagd bij de intern begeleider van de basisschool.
De rekentoetsen worden afgenomen door de orthopedagoog of de dyslexiespecialist/ rekenspcialist. Het intelligentie onderzoek wordt afgenomen door de orthopedagoog  Mochten er tijdens het onderzoek aanwijzingen zijn dat er problemen zijn in de aandacht en concentratie, dan vult de orthopedagoog het onderzoek aan met extra onderzoek.
De onderzoeksresultaten en het onderzoeksverslag worden beoordeeld en ondertekend door de orthopedagoog.
Na 3 weken wordt u uitgenodigd voor een gesprek waarin alle gegevens met u worden doorgenomen.
Tevens schrijven wij een onderzoeksverslag  waarin ons handelingsgericht advies is verwerkt.

Indien gewenst kan uw kind aansluitend bij ons begeleiding op maat volgen.

Wanneer een dyscalculie onderzoek laten uitvoeren?

Om de diagnose dyscalculie te kunnen stellen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • Er is sprake van een significante achterstand in het rekenen t.o.v. de leeftijdsgenoten waar de persoon in het dagelijks leven door gehinderd wordt.
  • Er is sprake van een significante achterstand in het rekenen t.o.v. datgene wat op basis van de individuele ontwikkeling van de persoon verwacht mag worden.
  • Er is sprake van een hardnekkig rekenprobleem dat resistent is tegen gespecialiseerde hulp.